Van iets naar diets

‘Ik volg een schrijfopleiding.’

Ik voel me altijd wel wat knullig als ik mezelf dat hoor zeggen. Het geeft de indruk dat ik schrijver wil worden en dat ik aan het leren schrijven ben. Ja, in zekere zin, maar nee. Zo werkt dat volgens mij niet. Nu het einde van mijn eerste jaar aan de SchrijversAcademie nadert, wordt het stilaan tijd om poolshoogte te nemen. Sta. Va. Za.

Toen ik werd toegelaten aan de SchrijversAcademie, was ik uiteraard reuzefier. Het is een moment van bevestiging. Je doet ‘iets’ goed. Op dat moment had ik echter geen idee wat dat dan juist was. Toen ik op het startmoment praatte met enkele studenten van het tweede jaar, werd één ding me alvast duidelijk: je moet het zelf doen. Dat klinkt even logisch als tegenstrijdig, maar ik voelde me er goed bij. Ik ga het zelf doen.

De docenten trekken die filosofie door. Ze noemen zich geen ‘docenten’, maar veeleer collega-dichters. Werkelijk, dat maakt een groot verschil. Poëzie is al een buitenbeentje op zich en dan is het heerlijk om in een groep terecht te komen waar je je met weinig woorden begrepen voelt. Het zijn soms kleine dingen, zoals samen laaiend enthousiast doen over een mooi woord of prachtige zin, die de opleiding de moeite waard maken. Stroomstootjes.

We zijn met negen dichters gestart en ik kan je zeggen dat we allemaal anders schrijven. Het is dan ook ontzettend boeiend om te zien wie wat maakt van eenzelfde schrijfopdracht. Toegegeven, het blijft wel spannend om feedback te krijgen op een tekst. Je toont je immers kwetsbaar en hoewel het maar een schrijfoefening is, wil je toch met iets kwaliteitsvols voor de dag komen. Uiteindelijk wedijver je alleen met jezelf. Ik kan niet schrijven wat mijn collega-dichters schrijven. Onderschrijven des te meer.

Wat kan ik dan wél schrijven? Laten we het even concreet maken, want naast ontspoorde poëziegeschiedenis, scherpzinnige bundelbesprekingen en prikkelende schrijfopdrachten, krijg je tijdens de opleiding ook individuele feedback van je projectbegeleider. Daar toon je de vouwlijnen én de kreuken in je poëzie, zie je welke kreuken vouwlijnen kunnen worden en andersom. Hieronder geef ik mee wat ik er zoal heb uitgehaald.

Een eerste vraag waar ik mee geconfronteerd werd, was of ik een referentiegedicht had. Dat is een gedicht waar je helemaal tevreden over bent en waar je nieuw werk aan kan aftoetsen. Voldoet het nieuwe gedicht aan de kwaliteiten van je referentiegedicht? Belangrijk om te beseffen is dat een referentiegedicht natuurlijk kan wijzigen, maar het kan uitweg bieden als je werk consistentie mist. Ik had er in ieder geval nog geen aan het begin van de opleiding, maar intussen kan ik zeggen van wel. Aftoetsen maar.

Vervolgens liet ik de begrippen ratio en intuïtie op mijn werk af. Waar lopen de verzen organisch en waar moet je toch meer technisch lezen om te begrijpen/zien wat er staat. Omdat ik zelf doorgaans vertrek van een emotie of een beeld, wil ik mijn gedichten niet te veel overladen met taal. Het mag geen opeenstapeling worden van woorden. Er moet anders gezegd nog genoeg beweegruimte zijn. Eenduidig is het niet, maar ik kon er alleszins mee aan de slag. Het is natuurlijk ook een kwestie van smaak, maar het is interessant om te weten waar voor jou de balans ligt, zodat je beter kan doseren.

Ruwheid was een belangrijk thema voor mij dit jaar. Ik omschrijf mezelf vaak als een ‘schoonschrijver’. Ik probeer bijvoorbeeld vaak negatieve emoties om te zetten naar iets moois op papier. Ik kreeg echter de feedback dat ik misschien wel ‘te mooi’ probeerde te schrijven, waardoor er ook gevaar is voor afvlakking. Ruwere woorden en beelden kunnen immers ook mooi zijn. Ik misgunde mezelf een groot deel woordenschat door woorden als ‘hakken’ of ‘vermorzelen’ te vermijden.

Ik heb me ten slotte leren afvragen of iets al dan niet tot de coulisse van een gedicht behoort. Ik werd erop gewezen dat het begin van mijn tekst niet altijd het begin van mijn gedicht was en hetzelfde gold vaak voor het einde. Ik breide er onnodig nog een conclusie bij aan. Soms heb je een aanloop nodig, maar dat wil niet zeggen dat je die aanloop moet behouden in je gedicht. In plaats van de theatermetafoor, heb ik een turnbeeld in mijn hoofd. Je loopt aan, springt, draait, landt en zet bij. De aanloop en het bijzetten van je voet zijn noodzakelijk voor een schroef of salto, maar zijn geen deel van de sprong. Uiteraard heb ik de vrijheid om het daarover oneens te zijn met mijn begeleider, maar mezelf de vraag stellen bleek een goede richtlijn.

Het was enigszins ook een geruststelling te horen dat ik veeleer te veel had, dan te weinig. Het gedicht staat er, oef. De alomgekende schrijfwijsheid ‘schrijven is schrappen‘ blijft overeind. Vóór het schrappen is er het ‘bonken’. Het komt er eigenlijk op neer dat je een zekere leegte toelaat en ritualiseert. Dat kan een dagelijkse schrijfoefening zijn, meditatie of in mijn geval een wandeling. Op dat moment geef je een idee, beeld, woord de kans om je te overvallen en te bonken in je hoofd. Het gedicht is klaar om geschreven te worden. Dat bonken herkennen en kristalliseren is maar één manier om naar het schrijfproces te kijken, maar wat een geruststellende gedachte dat poëzie er gewoon is en zich op een bepaald moment aandient.

Voor de troostzoeker is er nog meer soelaas: synchroniciteit en specificiteit. Terwijl je aan het schrijven bent, kan de werkelijkheid je gedicht binnendringen: een lied op de radio, een sms van een vriendin of dat lawaaierige kind op straat. Het voelt misschien aan of die ruis uiterst onpoëtisch is, maar het levert soms schitterende vondsten op. Maak gaten in je ruimte. Ik besef ook steeds meer dat mijn perspectief uniek is in de wereld. Een cadeau, gratis en voor niets.

En dan ben ik nog niet eens bezig met een manuscript. Ik denk dat iedereen die start met een schrijfopleiding wel droomt van een publicatie, maar het lijkt me daarbij voornaam om je eigen tempo te bepalen en vooral te genieten van het creatieproces. De SchrijversAcademie heeft je op die manier zoveel meer te bieden. Wie overweegt om zich in te schrijven, vraagt zich niet af of ie schrijver is, maar wat voor één.

Tot zover de dietsmaking.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s